Meteen naar de inhoud

#3 | T.: We kregen beschuit met suiker in plaats van muisjes.

Auteur: T.

(op verzoek vermelden we niet de volledige naam van de auteur)

Het is 1976. Mijn zwangerschapstest is positief! Blij en gelukkig. De baby wordt eind juli begin augustus 1977 verwacht. Uit de controle bij de verloskundige blijkt dat mijn bloeddruk langzaamaan te hoog wordt. Daarom word ik doorverwezen naar het ziekenhuis. Voor de bloeddruk krijg ik medicijnen en ik moet veel rusten. 

Eerst in het ziekenhuis en later thuis. De verloskundige komt regelmatig langs om te controleren. Werken mag ik niet meer.

Het wordt Pinksteren en ik had een vreemd gevoel. Voor de zekerheid kwam de verloskundige toch even langs en na de Pinksterdagen toch maar weer naar het ziekenhuis. Daar werd ik door een assistent “bekeken” en op de achtergrond hoorde hij volgens hem het hartje kloppen. Later bleek het de navelstreng. Ik mocht naar huis, maar niet helemaal overtuigd. Op 1 juni via de verloskundige weer naar het ziekenhuis. Zij kon de hartslag van de baby niet lokaliseren. Een echo gemaakt en er was geen hartslag meer te zien.

Op 2 juni word ik ingeleid maar helaas gebeurt er niets. Een dag later rond 9 uur moet ik met spoed naar de verloskamer, na veel aandringen van mij. Het is net op tijd. De baby wordt geboren en meteen door een verpleegster in een groene doek weggebracht.

Ik heb nog maanden nachtmerries van deze beelden gehad, de contouren van de baby kon ik goed zien. Er werd niet gevraagd of ik het nog wilde zien en er werd niet verteld of het een jongen of een meisje was. Helemaal niets. We kregen een beschuit met suiker! Hoe verzinnen ze het!

Ik werd op een zaal gelegd met een jonge moeder die ook haar baby had verloren. Ik heb hete tranen gehuild. Wat voelde ik me alleen en verlaten. Er werd nergens meer over gesproken en na 10 dagen mocht ik naar huis. Geen dikke buik meer, maar ook geen baby.

Een paar weken later kreeg ik last van dikke voeten en benen. Volgens de huisarts was dat heel normaal in dit stadium van de zwangerschap. En toen brak ik! Het ziekenhuis had niets doorgegeven aan mijn huisarts. Woedend heeft deze in mijn bijzijn het ziekenhuis gebeld en is flink van leer getrokken tegen de gynaecoloog.

We hadden toestemming gegeven aan het ziekenhuis om te onderzoeken waarom deze baby vroegtijdig was overleden. Wat blijkt, ik had verkeerde medicijnen tegen mijn hoge bloeddruk gekregen en daardoor was mijn baby verhongerd en overleden.

Zes weken na de bevalling moest ik op controle in het ziekenhuis. Volgens de arts had ik gewoon pech gehad. Als ik weer 2 weken over tijd was kon ik weer een zwangerschapstest laten doen en dan zag hij me wel weer terug. Wat een lef! Niet een woord over de gang van zaken, geen excuses, helemaal niets. Ik heb hem toen gezegd dat ik nooit meer bij hem terug zou komen. En dan krijg je als antwoord: nou nou mevrouwtje, dat zien we dan wel weer als uw hormonen wat uitgewerkt zijn. U bent nog zo jong, u kunt nog genoeg kinderen krijgen. Ik ben woedend de deur uitgelopen.

Toen begon de lange tijd van gissen: wat was het geslacht van de baby en waar was de baby gebleven na het onderzoek? In 1978, 1980 en 1982 worden 3 gezonde dochters geboren. In een ander ziekenhuis en met een andere gynaecoloog. Ondanks dat blijven de vele vragen uit 1977 knagen.

Op een begraafplaats in de buurt wordt een monumentje voor het gedragen kind opgericht. Ik ga daar ieder jaar naar toe, het werd een beetje mijn plekje.

In 2009 kregen wij een andere huisarts. Bij een van mijn bezoeken aan hem vroeg hij mij of ik ergens mee zat. Toen heb ik hem dit verhaal verteld en hij was geschokt. Hij vroeg om toestemming om het een en ander uit te zoeken. Die heb ik hem gegeven, maar ik verwachtte er eigenlijk niets van. Twee weken later moest ik bij hem komen. Hij had de gegevens boven water gekregen! Na 33 jaar wist ik dat wij in 1977 een dochtertje hadden gekregen! En dat de kindjes in die tijd op een bepaalde begraafplaats in een, toen nog, stukje ongewijde grond werden begraven. Dat hebben we nooit geweten. Laat dat nu de begraafplaats zijn waar ik naar dat monumentje ga. Op de begraafplaats kwam ik heel toevallig de beheerder tegen. Toen ik hem vroeg waar de kindjes begraven waren in die tijd nam hij me mee naar een rustig plekje gras, geflankeerd door 4 dakplantanen. Hier heb ik gehuild…

Nu ga ik ieder jaar op 3 juni, samen met een van haar zussen, naar haar plekje om een ster met een lint aan een van de bomen te hangen en zet ik een bloemetje bij het monumentje.

Inmiddels staan ook onze namen op de plaquette van ouders met een gedragen kind op de muur achter het monumentje. Ook hebben we nu een akte van de gemeente van een levenloos geboren kind en staat ze bijgeschreven in het geboorteregister. Verder is ze bijgeschreven in ons trouwboekje, bij haar zussen. Eindelijk is ze erkent!

En afgelopen jaar hebben we voor het eerst op wereldlichtjesdag een kaarsje voor ons kindje laten branden in een kapel. Dit werd georganiseerd door 2 dames die ook een kindje hebben verloren. De dag daarna kwam een van de dames het waxinelichtjeshoudertje brengen waar het lichtje in had gebrand. Heel dankbaar voor dit lieve gebaar.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.